Copy
Stapfoto Nieuwsbrief Juni 2015: Veel gehoorde misverstanden over fotografie
 
Stapfoto plaatje boven aan de nieuwsbrief

Veel gehoorde misverstanden over fotografie

Juni 2015

Like Veel voorkomende misverstanden over fotografie on Facebook share on Twitter

Een extra lange nieuwsbrief dit keer!
Met tips waar je in de vakantie wat aan hebt. 

In deze nieuwsbrief lees je alles over de misverstanden die de ronde doen over fotografie. Altijd je spiegel opklappen bij lange sluitertijden? Onzin! Pas als je in M fotografeert ben je een echte fotograaf? Al net zo'n onzin! Ik hoop het fotograferen met de tips in deze nieuwsbrief weer wat relaxter te maken......

Wil je na de vakantie weten hoe het allemaal echt zit? Net zoals velen die je voorgingen kennis opdoen bij een beroepsfotograaf? Dit is wat zij zeggen over de fotografiecursussen van Stapfoto:

Edith Visser op www.stapfoto.nl over de beginnerscursus: “een intensieve, zeer leerzame cursus, gegeven door iemand die weet waar ze mee bezig is en dit op een enthousiaste en duidelijke manier over kan brengen. Mij is dat zo goed bevallen, dat ik gelijk doorgegaan ben met de gevorderdencursus.”

Eric de Jonge schreef na afloop van de gevorderdencursus dit op LinkedIn: “Zeer enthousiast ben ik teruggekomen van de fotografiecursus voor gevorderden van Liesbeth van Asselt. Met onvermoeibare energie is zij in staat de cursus te leiden. Ik vind Liesbeth enthousiast, krachtig en een gedreven persoonlijkheid. Zij kan confronteren en helder zijn op een professionele en respectvolle manier. Afwisseling van theorie en praktijk, met een hoop plezier!”

Meer meningen lezen? Neem dan eens een kijkje op het tabblad referenties op de website. 


Cursussen en workshops direct na de zomer


Meedoen met de beginnerscursus? Deze begint op 19 september. We kijken waar alle knoppen en menu’s op je camera voor dienen, hoe je goed belichte foto’s maakt, foto’s maakt met de WOW-factor. Techniek, compositie en creativiteit wisselen elkaar af in zowel het theoretisch als het praktisch deel van de les. Meer informatie en inschrijven: beginnerscursus

De gevorderdencursus begint op 24 september. We gaan in op landschaps- en architectuurfotografie, gaan een avond op stap om in het donker te fotograferen, we behandelen uitgebreid de ins en outs van portretfotografie en flitstechnieken. Maar ook een heel andere tak van sport als macrofotografie komt aan bod. Voor ieder wat wils en wat te leren dus! Meer informatie en inschrijven: gevorderden

Wil je niet een hele cursus doen maar liever een eendaagse workshop? Hier is nog plaats:

Workshop hondenfotografie op 5 september nog 2 plaatsen. Er zijn weinig workshops in Nederland waar je leert honden te fotograferen in zowel de studio als buiten, bij Stapfoto kan het!

Workshop lange sluitertijden op 10 oktober nog 4 plaatsen. Water wat er uit ziet als mistige melk, luchten met wolkenvegen. Prachtig, dat wil jij ook! Maar hoe doe je dat? Tijdens deze workshop ga je dat leren. De benodigde grijsfilters zijn bij mij te leen. 


Drie veel voorkomende misverstanden in de fotografie

Misverstand 1: Om bewegingsonscherpte te voorkomen, moet je bij lange sluitertijden de spiegel opklappen  

Sla de fotografieboeken er op na. Kijk op internet. Praat met gerenommeerde fotografen. Overal hoor je verkondigen dat je bij het gebruik van lange sluitertijden de spiegel op moet klappen.  En toch ben ik zo eigenwijs om te beweren dat dat onzin is…..

Vanwaar dat ik deze boude uitspraak doe tijdens o.a. de workshop Lange sluitertijden in Zeeland? Omdat ik met logisch nadenken tot de conclusie kwam dat de korte tijd dat de spiegel trilling in de camera geeft, bij een sluitertijd van bijvoorbeeld 4 minuten echt geen invloed kan hebben. De tijdsduur dat de camera trilt is dan maar ca. 1% van de totale sluitertijd. Om mijn theorie te staven, nam ik de proef op de som.

Wat bleek? Het opklappen van de spiegel blijkt gemiddeld genomen zinvol te zijn bij sluitertijden die liggen tussen de  1/200 en  4 seconden. Bij snellere sluitertijden is er onvoldoende tijd om met trilling de scherpte te beïnvloeden, bij langere sluitertijden is de trillingstijd maar een fractie van de totale sluitertijd.

Waar de grens precies ligt, is afhankelijk van het soort fotografie. Bij macrofotografie en bij gebruik van een telelens die met de gondel op het statief staat, ligt de grens anders (1/200) dan bij gebruik van een groothoeklens (1/30). Ook het soort statief wat je gebruikt is van invloed. Hoe steviger het statief, hoe minder trilling.

Conclusie: zet je je camera met een matige telelens erop op een stevig statief, en fotografeer je met een sluitertijd die langer is dan 4 seconden, dan heeft het opklappen van de spiegel geen zin. Door een minder stevig statief, een langer brandpunt e.d. kan dit verschuiven, ik houd voor de zekerheid 10 seconden aan. Onderstaande foto werd gemaakt met een belichtingstijd van 30 seconden. Zonder vooraf de spiegel op te klappen dus. 


Misverstand 2. Hoe meer pixels hoe beter. 

De camerasensor is opgebouwd uit een heleboel “photosites”, in de volksmond “pixels” genoemd. Hoe groter de pixels op de sensor zijn, hoe meer licht ze op kunnen vangen. Bij een sensor waarop 14 miljoen pixels zitten, zijn de pixels groter dan bij een sensor (van dezelfde grootte) waarop 36 miljoen pixels zitten. Immers: als je meer pixels op hetzelfde oppervlak kwijt wilt, zullen die pixels kleiner moeten zijn, anders lukt het niet.   

Bij iedere sensor is er sprake van een ‘basis ruissignaal’. Meestal wordt dit wel overstemd door het signaal wat de sensor/pixel afgeeft nadat er licht op gevallen is. Maar als er heel weinig licht op de sensor/pixel valt omdat die pixel heel klein is, kan het zijn dat het basis ruissignaal boven het door het licht veroorzaakte signaal uit komt. Dat is de omstandigheid dat je ruis op de foto ziet.

Logische conclusie is dan ook dat een sensor met kleine pixels een foto met meer ruis op zal leveren. En dat een even grote sensor met 36 MP dus meer ruis zal geven dan een sensor met 14 MP. Al kan het verschil wel wat verminderd worden door de ruisreductie die de camera uitvoert.

Meer pixels is dus niet altijd beter. Ja, je krijgt er scherpere foto’s door. Als je altijd in goede lichtomstandigheden fotografeert ben je met meer pixels dus in het voordeel. Maar als je wel eens met minder licht fotografeert (zoals ik laatst in een congrescentrum deed) en flitsen niet mogelijk of ongewenst is, dan kun je beter een camera kiezen met wat grotere pixels op de sensor. Zodat de je ISO wat hoger kunt zetten zonder gelijk tegen een ruisprobleem aan te lopen.

De foto hieronder van minister Blok maakte ik met de ISO op 2000. Met een camera met een fullframe sensor en maar 16,2 MP daarop. Grote pixels dus die veel licht op kunnen vangen. Waardoor de ruisprestaties bijzonder goed zijn. 


Misverstand 3. Pas als je in de M-stand fotografeert, ben je een goede fotograaf 

Ik werd gebeld door de moeder van een voorheen enthousiaste hobby fotograaf. Of cursisten bij mij ook in de M-stand moesten fotograferen. Nee, dat hoeft niet, maar vanwaar die vraag?
Na wat doorvragen bleek haar zoon een cursus gedaan te hebben bij een fotograaf die vond dat zijn cursisten in de M-stand moeten fotograferen. Waarmee haar zoon alle lol in fotografie verloren had.

Een week later kwam de zoon bij me voor een privéles. Cadeautje van z’n moeder. We gingen samen op pad en fotografeerden met de camera op sluitertijdvoorkeuze voor bewegende onderwerpen zoals  wielrenners, en op diafragmavoorkeuze bij portretfoto’s en landschapsfoto’s.
De volgende dag belde z’n moeder me helemaal blij op. Haar zoon had weer lol in fotografie!

De M-stand is nuttig in een aantal situaties. Bij flitsen met de flitsers van de camera af, staan zowel de flitsers als de camera bij mij op manueel. Of bij bijvoorbeeld het fotograferen van een onderwerp in wisselende lichtomstandigheden, dus afwisselend zon en wolken. De automaat zal dan steeds de belichting aanpassen en dat is niet altijd wat je wilt. 

Voor het overige: als ik de camera op sluitertijdvoorkeuze zet en kies voor een sluitertijd van 1/1000 bij het fotograferen van rennende honden, dan kiest de camera daar een diafragma bij. Laten we zeggen f8. Afhankelijk van de gekozen ISO-waarde. Zet ik de sluitertijd in de manuele modus op 1/1000 bij diezelfde ISO-waarde, dan draai ik aan het diafragmawiel tot de belichtingsmeter in het midden staat.  Geen twijfel mogelijk: ik zal op f8 uit komen. Ik heb er alleen langer over gedaan om de juiste belichting te vinden. En kan dus mijn kans op een mooie foto daarmee verspeeld hebben.

Ik hoor jullie denken: maar wat als ik wil over- of onderbelichten? Dat moet toch wel in de M-stand? Nee hoor, daarvoor heeft iedere camera de functie “belichtingscompensatie”. Meestal als +/- knopje te vinden bovenop of achterop de camera, soms in het menu.

Dus: bewust kiezen voor de M(anuele)-, S(luitertijd)- of A(perture)-stand maakt je tot een goede fotograaf. Klakkeloos op de M-stand fotograferen niet.

Dit jonge wilde zwijntje is gefotografeerd met de camera op sluitertijdvoorkeuze: 1/30 seconde. De ISO stond op 400. De camera bedacht er zelf een diafragma bij van 13. Maar dat is volkomen onbelangrijk. Een diafragma van bijvoorbeeld 8 had hetzelfde resultaat gegeven. Scherptediepte was hier niet van belang. De juiste sluitertijd kiezen en snel het moment pakken wel . Vandaar dat ik in dit geval niet de M-stand gebruikte maar sluitertijdvoorkeuze. 

 

Ik wens jullie allemaal een heel fijne en fotogenieke vakantie toe!

 
Copyright © 2015 Stapfoto, All rights reserved.

Email Marketing Powered by Mailchimp
Uitschrijven | Update uw gegevens | Twitter | Facebook | Stuur deze nieuwsbrief door